ENGLISH
 

“Ik denk niet eens meer aan drugs”

Twintig jaar geleden stond Maxim Vlessing (59) al in Mainline. Hij speelde blokfluit op het station en verdiende zo zijn drugs bij elkaar. Nu is hij na jaren gebruiken clean. “Een wonder is geschied!”  

Het was een hele zoektocht: Maxim vinden. Hij belde naar het kantoor van Mainline om te vertellen dat hij clean is. Werd het niet tijd voor een vervolginterview? Maar zijn contactgegevens waren niet goed opgeschreven. Uiteindelijk na het bellen van vele mensen, onder andere zijn broer, is Maxim gevonden.

Hij woont in de Bijlmer in Amsterdam, vlakbij metrostation Strandvliet, in een knus appartementje. “Kom naar boven”, roept Maxim. Hij doet breed lachend de deur open, gehuld in een broek met vrolijke bloemenprint. In zijn woonkamer staan links op de tafel geschilderde papieren vlinders. Rechts zijn instrumenten: trompet en saxofoon. “Dus het was moeilijk om mij te vinden? Je hebt mijn broer zelfs gesproken. We hebben elkaar al een tijd niet gezien en zijn on no speaking terms. Hij leeft in een andere wereld dan ik. Hij heeft het gemaakt in de grafische industrie.”

“Wist je dat mijn broer zelfs dit magazine destijds heeft vormgegeven? Zijn vrouw werkte bij Mainline.” Hij heeft het nummer uit 2001 in zijn hand waar hij zelf op de cover staat. Ruim twintig jaar geleden stond Maxim in de Mainline. Daar vertelde hij dat hij gebruikte sinds zijn veertiende. Eerst speed en cocaïne. Vanaf zijn achttiende shotte hij heroïne. Zijn ouders stuurden hem naar zee om als matroos te werken. In de hoop dat hij zou afkicken. Op zijn 23ste stopte hij daarmee en werd fulltime gebruiker. Om rond te komen speelde hij blokfluit op het Amstelstation in Amsterdam en op markten en terrassen. 


 

Maxim stond in 2001 in de Mainline met dit artikel

Wat is er sindsdien gebeurd?
“Tja, twintig jaar geleden. Ik woonde toen bij Joris, maar die is overleden aan hiv. Toen heb ik een tijd rondgezworven. Uiteindelijk belandde ik op een wachtlijst voor een woning. Na een aantal jaar kreeg ik deze woning waar ik nu nog woon. De tijden waren toen anders. Er waren nog woningen.”

Hoe voelde een eigen woning?
“Ik had het er maar zwaar mee. Het was de overgang van vrijheid, blijheid naar verantwoordelijkheden. Huur die ineens betaald moest worden. Maar toen ik hier eenmaal woonde, zag ik er de voordelen van in. Ik hoefde niet meer in parken en portieken te slapen. Ik had een plek om drugs te gebruiken en voor mezelf te zorgen.”

Maar nu gebruik je niet meer?
“Drie jaar geleden besloot ik: ik wil stoppen. Het kwam omdat ik nieuwe heupen kreeg. Vroeger werkte ik als matroos, daar zijn ze van versleten. Ik liep hiervoor zelfs op krukken. Ik deed zo mijn best om mijn benen weer te laten lopen. En dan kan ik eindelijk weer lopen: ga ik mezelf vergiftigen. Dus na de eerste nieuwe heup stopte ik met heroïne en cocaïne, maar dronk nog wel. Na de tweede heup stopte ik ook met de drank. Dat was de zwaarste beslissing. Het is niet afkicken: het is een manier van leven. Aan elke actie die ik ondernam ging een biertje vooraf. Ik ben toen naar een kliniek gegaan om af te kicken. Eenmaal thuis voelde ik me zo beroerd. Ik voelde zoveel leegte. Maar na een week veranderde die depressie en kwam ik weer op gang. En kijk me nu: een wonder is geschied!” 

Hoe is je dat dan gelukt ineens na al die jaren?
“Stoppen is de drugs verruilen voor mensen. Ik heb hier een paar vrienden om me heen. Theo mijn buurman en een vriendin Lucy. We laten vaak samen haar hond uit. Daarnaast heb ik de muziek. Als klein jongetje zat ik op de muziekschool. Daar leerde ik trompet en blokfluit. Later leerde ik mezelf saxofoon spelen. Daarvan ben ik nu de vruchten aan het plukken. Begin april trad ik op als trompettist op in de Q-factory met mijn nieuwe band de Xperience. We spelen blues, soul en funk. Kijk, hier zie je me spelen! Ik zit aan de zijkant. Ik wilde niet in beeld. In de toekomst wil ik nog meer spelen, liefst met verschillende muzikanten. En ik hoop meer gevraagd te worden voor optredens. Als ik soms de reacties hoor van mensen van het conservatorium. Twee van onze bandleden hebben daar gestudeerd. Hun reacties zijn hartstikke positief. Tja, ik kon met drugs stoppen, omdat er iets anders voor in de plaats gekomen is. Als je niks om handen hebt dan val je snel weer terug. Ik denk niet eens meer aan de drugs. Ik ben zo blij dat ik helder ben.

Wat doe je nog meer naast muziek maken?
“Ik volg nu een te gekke filmcursus. Ik wil een documentaire maken over hoe het was om straatmuzikant te zijn. En misschien een documentaire over mijn vlinders. Ik maak geschilderde papieren vlinders en hoop die te kunnen verkopen. Laatst bood iemand al honderd euro voor vijf vlinders, dus wie weet. Ik heb een nieuwe trompet nodig. Deze zit vol deuken en er blijft allemaal vocht in hangen. Tja, of misschien zou mijn broer wel een nieuwe trompet voor me willen kopen? Nee hoor grapje. Ik wil het zelf bij elkaar verdienen.”

Weet je familie eigenlijk dat je gestopt bent?
“Mijn moeder weet het. Dat merkt ze ook aan mijn gedrag. Ik bel haar nu paar keer per week. Dat deed ik haast nooit. Maar zij mij ook niet. Iedereen heeft zijn eigen leven. Onze familie is versplinterd. Mijn ouders waren niet eerlijk tegenover mij, mijn broer en elkaar. Mijn vader vertelde toen hij nog leefde, hij overleed zo’n twintig jaar geleden, dat hij op de dag dat hij met mijn moeder trouwde, voelde dat het niet goed zat. Maar ze trouwden toch. Het waren andere tijden. Mijn vader was joods en had de oorlog overleefd. Je kon geen eisen stellen. Uiteindelijk scheidden ze toen ik zestien was. Voor mijn familie is mijn druggebruik waarschijnlijk zwaar geweest. Maar ze hadden moeten kijken waardoor het kwam. In plaats van alleen moet doorduwen dat ik moest afkicken. Ik ben nu afgekickt uit het mezelf. Zo moet het uiteindelijk ook gaan. Mijn broer heb ik niet verteld dat ik clean ben. Geen idee of hij het weet. Als ik hem ooit weer ontmoet, hoop ik dat hij blij is dat ik ben afgekickt. Misschien vraag ik wel of hij naar mijn volgende optreden komt kijken. Ik zal blij zijn als hij komt, maar ook prima als hij niet komt. Als we teruggaan naar de tijd toen we jong waren, voor de drugs, dan komt het wel goed tussen ons. Maar ik heb ook veel andere mensen. Mensen die geen familie zijn, maar wel zo’n functie hebben. En de muziek.”


  

Maxim Vlessing in zijn huis met zijn geschilderde vlinders

Door: Hannah Hamans

Dit artikel is te lezen in Mainline #2 van 2022. Meer artikelen lezen? Bestel de Mainline

Copyright Mainline 2022. Webdesign by Studio Odilo Girod, hosting & CMS by Blogbird.