ENGLISH
 

“Die ene zorgmedewerker die iemand tóch aan het denken zet, die wil ik zijn”

Charelle Zwiggelaar werkt als sociaal verpleegkundige bij GGD Rijnmond. Ze volgde in juni de training Ins en Outs van Chemsex. “Het is zó belangrijk om vragen te stellen die helemaal open zijn. Dan komt het gesprek met een cliënt op onderwerpen die je zelf niet had kunnen bedenken.”

De training Ins en Outs van Chemsex op 22 juni gemist? Op 31 augustus organiseert Mainline vanwege de grote belangstelling een extra trainingsdag. Je kunt je hier aanmelden voor deze training. Liever incompany? Neem contact op met Desiree van Dok: d.vandok@mainline.nl. 

Je voert veel gesprekken met mannen die seks hebben met mannen (MSM) tijdens PrEP-spreekuren. Hoe ben je op die plek terechtgekomen?

“Ik heb een tijd als wijkverpleegkundige gewerkt, in de thuiszorg, en heb tussendoor veel gereisd. Werken op een GGD-poli trok me al langer, maar het kwam er steeds niet van. Tot er een plek ontstond bij het Centrum Seksuele Gezondheid van de GGD Rotterdam-Rijnmond. Ik weet nu al: als het aan mij ligt, doe ik dit werk tot mijn pensioen. Gesprekken over taboeonderwerpen geven mij de meeste voldoening. Die vind je natuurlijk vooral bij het PrEP-spreekuur. Homoseksualiteit, sekswerk, chemsex en hoe daarmee wordt omgegaan in culturen en families. Ze zeggen dat je niet te veel van jezelf moet geven tijdens gesprekken. Dat begrijp ik en ik vertel ook zelden iets over mezelf. Maar als iemand zich zo openstelt bij mij, dan wil ik ook iets van mezelf laten zien. Dat zit hem dan meer in de manier waarop ik een gesprek aanga.”


Wat is je doel in dit soort gesprekken?

“Iemand moet het gevoel krijgen: ik kan en mag hier open vertellen hoe ik voel en denk. Sommige mensen hebben nergens zo’n plek, dus dat is spannend voor ze. En onwennig. Ze zijn bang voor oordelen, zeker ook voor een oordeel over drugs. Dus ik laat altijd duidelijk merken dat ik geen oordelen meeneem. En dat is ook echt zo. Als een cliënt zich goed voelt bij wat hij doet: houden zo. Maar als ik denk dat het niet zo goed gaat in sociaal, fysiek of psychisch opzicht, en de cliënt vindt van wel, wat kan ik dan doen? Dan ga ik het in ieder geval benoemen, een klein beetje duwen. Ook weer op een open manier. Een spiegel voorhouden breekt het ijs. Die ene zorgmedewerker die een man tóch aan het denken zet, die wil ik zijn.”




Hoe ga je om met signalen over chemsex?

“Chemsex vindt plaats achter gesloten deuren, net als sekswerk. Het is een taboe en dat maakt het boeiend. We nemen het altijd mee als onderwerp bij reguliere contacten en het spreekuur. De standaardvraag is: heb je seks onder invloed van alcohol of drugs? Of iemand ‘ja’ of ‘nee’ zegt, is afhankelijk van hoe vrij hij zich voelt. Helemaal als hij tina (crystal meth) gebruikt, of ‘slamt’ (drugs injecteren, red). Mannen vinden het lastig om daar eerlijk over te zijn. Maar als ik littekenweefsel zie, dan benoem ik het en probeer ik het gesprek te voeren. Iemand zei laatst tegen me: je was eerlijk tegen me, maar wel op een vriendelijke manier.”


Je werkt nog geen jaar op de poli. Hoe kom je aan je kennis en inzicht?

“Iedereen zoekt zo zijn eigen thema. Ik verdiep me vooral in chemsex en zoek veel naar achtergrondinfo. Ik wil weten hoe die wereld werkt. Wat me telkens weer opvalt, is hoeveel facetten chemsex heeft. Het gaat over drugs, seks, verslaving (of geen verslaving), de doelgroep, de feestjes, over schaamte, over identiteit. Hoe meer kennis ik erover verzamel, hoe oneindig veel groter het onderwerp lijkt te worden. Dus voor mij begint het met kennis, die we onderling bij de GGD via kennissessies verspreiden. Ik zoek daarnaast naar vaardigheden voor gespreksvoering. Ik voel me capabel genoeg om in een consult chemsex te bespreken, maar wil daar ook feedback op. In ons team is er budget om jaarlijks 2 tot 4 collega’s een chemsex-training van Mainline te laten volgen.” 



Wat heeft de training Ins en Outs van Chemsex je daarbij gebracht?

“Het is mooi om te zien dat ik dingen herken en zo dus bevestiging krijg. Maar ik heb ook veel nieuwe dingen ontdekt. Het eerste deel is vooral theoretisch, maar Leon (een van de trainers, red) koppelt die aan veel interessante praktijkvoorbeelden. Daardoor kreeg ik er meer feeling bij. Normaal gesproken haak ik af als een theoretisch deel wat langer duurt. Zo van: nu is het te veel. Maar hier bleef de concentratie. Ook het persoonlijke verhaal van de ervaringsdeskundige kwam binnen. Het was zo sterk, je zag de emotie in zijn lijf, dat maakte het voor mij ontroerend. En in de middag hebben we geoefend in de gespreksvoering. Luisteren, samenvatten, doorvragen. Steeds op basis van eigen casussen. Dat was superwaardevol: door het veel te doen, werd het steeds makkelijker om de juiste benadering in een gesprek te vinden. Normaal gesproken is die tijd er niet.”


Wat neem je mee in je werk op de poli?

“De feedback op mijn manier van gespreksvoering. Ik deed het best goed, maar tijdens de training bleek dat ik nog steeds veel halfopen vragen stelde. Daardoor was ik toch nog aan het sturen. Terwijl: het is zó belangrijk dat die vragen van halfopen naar volledig open gaan. Wat ik voel, vind of doe voegt geen waarde toe. Het hele verhaal draait om de cliënt. Bij open vragen kan een client zelf de richting kiezen, dan blijkt waar het voor hem om draait. Dan kom je op plekken die je zelf niet had kunnen bedenken en krijg je inzicht in wat er werkelijk speelt. En de man waarmee je spreekt, voelt zich écht gehoord.”

 

Copyright Mainline 2021. Webdesign by Studio Odilo Girod, hosting & CMS by Blogbird.