ENGLISH
 

Tienduizenden mensen wereldwijd in de goot door nieuw NL beleid.

Nederland stopt de financiering voor gezondheidsprojecten voor harddruggebruikers. Mainlines directeur Machteld Busz kan dit niet accepteren en schreef een blog.

Sinds 2012 werk ik bij stichting Mainline: een organisatie die zich inzet voor de gezondheid en rechten van harddruggebruikers. In de afgelopen 8 jaar sprak ik met vele honderden druggebruikers die proberen te overleven in de marges van de maatschappij. Overal ter wereld. Na 2020 stopt de Nederlandse overheid met de financiering van dit werk in het buitenland. Ons werkveld staat machteloos. En ik kan dit niet accepteren. Het is mijn plicht om nu een stem te geven aan die mensen die hun verhaal door de jaren heen met mij gedeeld hebben.

Een reis voor Mainline in 2014 bracht me naar Zuid-Afrika. Ik werd meegenomen in de lokale drugsscene door John. Hij had een half jaar ervoor zijn vriendin verloren aan een overdosis. Zijn voeten waren kapot van het constante lopen. Hij had in geen maanden een douche genomen. John had lieve ogen en was prettig in de omgang. We spraken over zijn moeizame jeugd terwijl we langs de eerste crackpanden kwamen. Twee gekraakte flats tegenover elkaar. Een onder invloed van Tanzaniaanse dealers en de andere onder Nigeriaanse hoede. Niemandsland. De poort werd bewaakt door drie mannen, maar met John mocht ik naar binnen. Als tengere vrouw was ik doodsbang, maar toch had ik een instinctief vertrouwen in mijn gids.

Binnen zaten mensen in allerlei hoeken en gaten te spuiten en te roken. Te slapen. Te dealen. In een achterkamer troffen we een aantal meiden aan. Sekswerkers. Hele dagen in een donkere kamer een sliert aan mannen bedienen voor een beetje dope. Ik sprak mensen die een arm verloren hadden aan een abces. Mensen met HIV. Mensen die heel veel vrienden dood hadden zien gaan. Mensen die elk moment van de dag in overlevingsstand staan. Nooit veilig. Nooit rust. De dag bracht ons verder. Onder bruggen. Langs de spoorlijn. Eindeloos veel mensen op straat. Omdat ze drugs gebruikten. En aan de drugs, omdat ze op straat moeten overleven. Aan het eind van de dag trakteerde ik John op een hamburger. Hij had in geen tijden een normale maaltijd gehad, en hij at hem in 30 seconden helemaal op. Toen leunde hij naar achter en begon zacht te huilen. Hij hoorde voor het eerst in jaren muziek via de radio bij Wimpy.

Mainline is een kleurrijke club mensen met wortels in de jaren ‘90. In die jaren worstelde Nederland met een enorme groep heroïnegebruikers die behoorlijk wat overlast gaf. Geleidelijk verschoof het beleid van straffen en opsluiten naar het bieden van goede zorg. Revolutionair. Er werden schone spuiten uitgedeeld, gratis methadon verstrekt, gebruikersruimten geopend en vaste slaapplekken aangeboden. Gebruikers verdwenen uit het straatbeeld. De straten werden veiliger en de mensen gezonder. Het bleek goed te werken om druggebruik zonder moreel oordeel te benaderen. De ‘harm reduction’ aanpak werd geboren en bleek ook nog eens buitengewoon kosteneffectief.

Het succesvolle en menswaardige harddrugsbeleid in Nederland viel internationaal op. Mainline startte met haar internationale werk in Oost-Europa. Later kwamen daar landen in Azië en Afrika bij. Met lokale organisaties werken we samen om projecten op te zetten. Vaak tegen de stroom in. Vechtend tegen onbegrip. Twee stappen voorwaarts en dan weer eentje achteruit. Maar altijd met de volle steun van de Nederlandse overheid.


Pakistan telt ongeveer een half miljoen heroïnegebruikers. Een van hen trof ik aan op een vuilnisbelt midden in de stad Jhelum. Hij stond tot zijn knieën in de koeienstront en wiegde zacht heen en weer. De spuit zat nog in zijn arm. Achter een muurtje zaten nog twee jongens te gebruiken. Ze zaten op blote voeten op de grond tussen de gebruikte naalden. Ik schaamde me voor mijn witte kop en mijn gezondheid. De lokale spuitenruil was het jaar ervoor gesloten vertelden de jongens. Geen geld meer. Een van de jongens bracht cynisch in dat het prettiger was spuiten te delen toen ze nog niet wisten wat HIV was. De ander voegde toe dat je blij mocht zijn als je HIV kreeg – dan had je ten minste nog toegang tot minimale zorg.

Met Muna, mijn gids die dag en zelf een voormalig gebruiker, ging ik door naar de lokale begraafplaats. Een plek waar heroïnegebruikers graag komen: het is er rustig. Naast de begraafplaats, waar gebruikers half-verborgen in de bosjes hun shot zetten stond een man uit de buurt. Hij herhaalde een zin op luide toon. ‘Jullie moeten allemaal dood’. Hij stond er minstens een half uur. Uiteindelijk vroeg ik waarom hij daar stond. ‘Het is beter dat ze dood gaan, dan steeds overlast te geven. Niemand wil hen. Ze moeten allemaal dood’. Daarna vertelde hij dat zijn jongste broer ook aan de drugs was overleden. Een aantal jongens uit de buurt kwamen aanlopen en begonnen, midden tussen de spuiten en naalden, cricket te spelen.

Het onderzoeksrapport 'The Lost Decade' uit 2018 toonde aan dat de financiering voor harm reduction door internationale donoren tussen 2007 en 2016 met 24% was afgenomen. Er is al een schokkend tekort van 87% in de financiering van harm reduction in lage- en middeninkomenslanden. Nederland heeft binnen een steeds conservatievere context gestaag doorgewerkt om de focus van het drugsbeleid te verleggen van contraproductieve en schadelijke strafmaatregelen naar een aanpak gericht op mensenrechten en publieke gezondheid. Het langdurige en consistente leiderschap van Nederland bij het verdedigen van deze aanpak is ongeëvenaard.


Tot nu. Geen van de - door het ministerie van Buitenlandse Zaken - nieuw geselecteerde partnerschappen bevat dienstverlening aan druggebruikers of pleitbezorging voor hervormingen van het internationale drugsbeleid. Wat betekent dat voor Amira? Zij is een jonge Keniaanse die ik ontmoette in Mombasa. Ze leefde en werkte vanaf haar schuimrubberen matrasje in een hoek van de vuilnisbelt. Midden tussen de Maraboes, koeien en bergen plastic. Hier kwamen de lokale mannen langs om seks te ruilen voor drugs. Als ze ongesteld was plukte ze een stukje van haar matras en bracht dit in.

Ze was op straat terecht gekomen nadat haar conservatieve familie haar betrapt had met een vriendje. Ongetrouwd, dus hup wegwezen. Daar aangekomen leerde ze snel hoe te overleven. Haar eerste kind had ze af moeten staan. Haar zus ving het op. Heel soms mocht ze op bezoek. Maar ze mocht dan niet naar de wc of uit een kopje drinken. Volgens haar zus zou de hele familie dan AIDS krijgen. Een jonge vrouw. Een leven waar het ene trauma het andere opvolgt. Pijn. Verdriet. Drugs als enige verzachting.


Door de jaren heen heb ik honderden mensen ontmoet die op straat terecht zijn gekomen. Allemaal met een eigen verhaal. Sommige krabbelden op. Veel vielen weer terug. Allemaal overleefden ze, tot ze stierven. Een mens kan heel veel ellende verstouwen. Ik heb mensen uit holen uit de grond zien kruipen, uit het ondergrondse rioleringsstelsel en uit tentjes langs de vangrail. Ik heb mensen horen vertellen over verkrachtingen en allerlei vormen van geweld. Over mensen die in de fik werden gestoken door boze buren. Over gedwongen afkicken in de bak. En al die tijd wist ik dat dit ook anders kan. Dat al dat lijden niet nodig is. Dat deze vorm van lijden een politieke keus is. Een direct gevolg van slecht beleid.


Via Mainline kon ik iets bijdragen om deze mensen wat waardigheid terug te geven. Wetenschappelijk onderbouwde projecten. Aantoonbaar kosteneffectief, maar moreel zwaar beladen, dus geen donor darling. Nu de financiering vanuit Nederland wegvalt, zullen nog meer mensen in de kou komen te staan. Ik accepteer dat niet, en met mij vele anderen. 331 organisaties uit 95 landen roepen Minister Kaag op om harm reduction te blijven financieren. Ik heb goed geluisterd de afgelopen jaren, naar al die honderden stemmen. Zal zij dat nu ook doen?

Copyright Mainline 2020. Webdesign by Studio Odilo Girod, hosting & CMS by Blogbird.